MOM-prothese

Het afgelopen jaar is de Metaal-op-Metaal heupprothese (MoM-prothese) in opspraak gekomen. Recente onderzoeksresultaten wijzen op mogelijke complicaties bij metaal-op-metaal heupprothesen (MoM). Het bestuur van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging adviseert daarom alle patiënten met zo’n prothese jaarlijks volgens een vast protocol te controleren. 

In het Ruwaard van Putten Ziekenhuis hebben in de periode 2005 tot en met 2007 in totaal 15 patiënten een metaal-op-metaal heupprothese gekregen. Het Ruwaard heeft alleen de ASR heupprothese van de firma DePuy geplaatst.

Alle patiënten met een metaal-op-metaal heupprothese zijn met een brief geïnformeerd. Patiënten die langer dan een jaar geleden op controle zijn geweest, worden opgeroepen voor een afspraak op de polikliniek Orthopedie. Tijdens deze controle wordt een röntgenfoto gemaakt en bloed afgenomen. Ook bespreekt de orthopedisch chirug uitgebreid de reactie die de prothese mogelijk kan veroorzaken. Deze reactie, op dit moment internationaal aangeduid als ALTR (Adverse Local Tissue Reaction), is zeldzaam en komt waarschijnlijk bij minder dan 1% van alle metaal-op-metaal heupprothesen voor. 

Patiënten met een heupprothese die geen brief hebben ontvangen, hebben een ander soort prothese. Zij hoeven niet extra gecontroleerd te worden. Via de internetsite http://www.orthopeden.org/vereniging kunt u bij het ‘laatste nieuws’ zien wat het advies is van de wetenschappelijke vereniging ten aanzien van de metaal-op-metaal heupprothesen.

Als u twijfelt of u een van deze prothesen heeft, dan kunt u contact opnemen met het secretariaat Orthopedie, telefoonnummer 0181 – 65 84 58.