Chirurgie en Traumatologie

Chirurgie of heelkunde behandelt allerlei verwondingen, tumoren, infecties en andere aandoeningen in het lichaam. Het kan dan gaan om letsel door een ongeval, botbreuken, liesbreuken, maar ook ziekten van het maagdarmkanaal, long- en vaatzieken en vormen van kanker. De chirurgen behandelen deze aandoeningen en ziektes met name door het uitvoeren van operaties in het hele lichaam. Als het nodig is, werken de chirurgen samen met andere specialisten, zoals de othopeed, longarts, internist of oncoloog.

Aandoeningen

Aambeien (haemorroïden) zijn uitgezakte zwellichamen/kussentjes bij de anus. Een zwellichaam is een sponsachtig netwerk van bloedvaatjes, bedekt door slijmvlies. Aambeien bevinden zich aan de binnenkant van de anus. Wanneer de zwellichamen tegen elkaar aanliggen, sluiten ze de anus lekdicht af. Wanneer veel druk op de zwellichamen komt te staan kunnen ze uitrekken. Hierdoor zakken ze uit en kunnen zelfs naar buiten puilen. Dit kan aanleiding geven tot een ongemakkelijk of pijnlijk gevoel. Het bloed in de zwellichamen kan gaan stuwen, waardoor aambeien kunnen gaan bloeden. Ook kan zich een bloedstolsel vormen in adertjes in de huid rond de anus. Dit is uitwendig voelbaar en pijnlijk. Dit wordt een getromboseerd haemorrhoïd genoemd.

Een buikwandbreuk is een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek of opening in de buikwand. De breuk is herkenbaar als een zwelling. De breukpoort is de opening of verzwakking in de buikwand. Deze kan ontstaan door aangeboren factoren of door uitrekking van weefsels. Uitrekking kan optreden door bijvoorbeeld vaak zwaar tillen, toename in lichaamsgewicht, persen en veel hoesten. Het is mogelijk dat de uitstulping van het buikvlies een gedeelte van de buikinhoud bevat. Bij verhoging van de druk in de buik, bij staan, persen of hoesten, kan er meer buikinhoud in de uitstulping komen. De breuk wordt dan groter. Een buikwandbreuk verdwijnt nooit vanzelf en kan groter worden. Dat kan meer klachten geven. Uw klachten zijn afhankelijk van de plaats van de breuk. Een enkele keer komt het voor dat een breuk beklemd raakt. Dan zit de breukinhoud, die meestal plotseling is toegenomen, vastgeklemd in de breukpoort. Dit gaat gepaard met veel pijn. Een spoedoperatie is dan nodig.

Het carpale tunnelsyndroom is een beknelling van de middelste zenuw in de pols (de nervus medianus). Deze zenuw loopt via de onderarm naar de handpalm door een soort tunnel, die wordt gevormd door de handwortelbeentjes en een stevig peesblad aan de handpalmzijde van de pols. Door die tunnel lopen ook de buigpezen van de vingers en de hand. De beknelling van de zenuw kan optreden wanneer door zwelling van de weefsels in of rond de tunnel de ruimte in de tunnel afneemt.

Een ganglion is een goedaardige, omkapselde holte die gevuld is met geleiachtig vocht. Het ganglion ontstaat vanuit een gewricht of vanuit een pees. Het komt vooral voor aan de pols, maar ook elders in het lichaam kan het voorkomen. Er is zelden een duidelijke oorzaak voor het ontstaan ervan.

Een haarnestcyste (sinus pilonidalis) zit meestal in de bilspleet. Het is een holte onder de huid, met een open verbinding naar buiten. Deze verbinding is te zien als een klein gaatje of een kleine intrekking in de huid. In de haarnestcyste bevinden zich meestal haren, die door bijvoorbeeld veelvuldig schuren door de huid heen geprikt zijn, waarna de open verbinding is ontstaan. Er kan gemakkelijk een ontsteking in de cyste ontstaan. Ook kan de cyste pijn veroorzaken of vocht afscheiden. Waarom de haarnestcyste bij de ene persoon wel en bij de ander niet ontstaat, is niet helemaal duidelijk, maar er zijn wel een aantal risicofactoren die u kunt bespreken met uw arts.

Een haperende of klikkende vinger is het gevolg van een ontstekingsreactie van de buigpees of de peesschede (= de koker waar de pees doorheen glijdt) van een vinger. Door de ontsteking ontstaat en verdikking in de pees waardoor deze niet meer soepel door de peesschede glijdt. De verdikking ontstaat meestal tussen het eerste gewricht van de vinger en de binnenzijde van de hand. Na verloop van tijd kan de pees zelfs vastlopen, waarbij de vinger moet worden geholpen zich te strekken. De oorzaak is meestal niet duidelijk. Soms is sprake van overbelasting. Het is een onschuldige maar lastige afwijking.

Een fissuur is een kloofje – een fissura ani is een pijnlijk kloofje in de anus. Het kloofje loopt in de lengterichting en zit aan de voor- of achterkant in de middellijn van de anus. Een kloofje in de anus geeft meestal klachten in de vorm van een scherpe pijn tijdens of na de stoelgang, vaak met wat bloedverlies. Waarom het kloofje ontstaat en waarom juist op bepaalde voorkeursplaatsen in de anus, is niet precies duidelijk. Mogelijk heeft het te maken met een verhoogde spanning, een soort kramp van een deel van de kringspier en daardoor een verstoorde bloedvoorziening. Onbewust wordt door de pijn en de verhoogde spanning van een deel van de sluitspier de ontlasting opgehouden. Dat heeft tot gevolg dat de ontlasting hard wordt. Bij iedere stoelgang scheurt het kloofje weer open en het blijft op die manier hardnekkig bestaan.

Mastopathie is een verzamelnaam voor goedaardige aandoeningen in het weefsel van de borsten. Het woord mastopathie is samengesteld uit het Griekse woord mastos wat borst betekent en pathie wat ziekte of aandoening betekent. Bij mastopathie zijn één of meer knobbels, strengetjes, schijfjes of brokjes in het borstweefsel te voelen. Het borstweefsel voelt vaak onregelmatig aan. De borsten kunnen heel gespannen zijn en groter worden. Soms is er afscheiding uit de tepel(s). Ook kunnen er cysten ontstaan (cysteuze mastopathie). Een cyste is een goedaardige holte gevuld met vocht. Een cyste kan spontaan groter worden, maar ook weer spontaan kleiner, of zelfs verdwijnen. Mastopathie kan voorkomen in één borst of in beide borsten. Zeker 10% van de vrouwen heeft in ernstige of minder ernstige mate last van mastopathie. Pijn speelt een grote rol in het leven van veel vrouwen met mastopathie. Bewegen en aanraken (sporten, traplopen, vrijen, kinderen knuffelen, op de buik liggen), is vaak erg pijnlijk. Maar ook bij gewoon stil zitten kunnen de borsten pijnlijk zijn. Kortom: mastopathie is een verzamelnaam van goedaardige aandoeningen waarbij er sprake is van goedaardige knobbels of andere onregelmatigheden, en/of (erge) pijn in de borst(en), die geen gevaar voor de gezondheid opleveren, maar wel veel overlast veroorzaken.

Osteoporose is een aandoening van het skelet, waarbij de botsterkte afneemt en de botstructuur veranderd. Door de zwakkere botten en veranderende botstructuur ontstaan gemakkelijk botbreuken. Gedurende uw leven vernieuwen uw botten zichzelf. Het is een continu proces van afbraak en opbouw. Een belangrijke bouwstof daarbij is calcium. Als er meer botweefsel wordt afgebroken dan aangemaakt, verzwakken de botten en worden ze bros. Een bros bot kan er aan de buitenkant normaal uitzien. Maar binnenin zijn de botbalkjes dunner geworden waardoor de natuurlijke gaatjes groter zijn dan normaal. Het bot kan daardoor gemakkelijk breken. Voor uw botten is lichaamsbeweging belangrijk. Maar ook afwisselende voeding en voldoende calcium en vitamine D dragen bij aan een goede gesteldheid van uw botten.

Spataderen zijn uitgezette, kronkelige aderen en liggen onder de huid. Spataderproblemen doen zich voornamelijk voor in de benen. Hier moet het bloed van de tenen via de aderen weer terug kunnen stromen naar het hart. Om te voorkomen dat het bloed daarbij naar beneden zakt, bevinden zich kleppen in deze aderen. Wanneer de kleppen kapot gaan, ontstaan spataderen.

Er zijn grote spataderen, die meestal aan de buitenkant niet zichtbaar zijn, en kleinere spataderen, die wel zichtbaar zijn als kronkelende vaatjes met een blauwe, paarse of rode verkleuring. Grote spataderen kunnen klachten van een moe, rusteloos en zwaar gevoel geven. Tevens kunnen eczeem en vocht in de benen ontstaan, uiteindelijk zelfs een wond (het zogenaamde ‘open been’). Kleinere spataderen zijn met name ontsierend.

Onderzoeken

Met een proctoscopie wordt de binnenkant van de endeldarm en de anus onderzocht. In de endeldarm, het laatste deel van de dikke darm, wordt de ontlasting opgeslagen en dit wordt door de anus van de buitenwereld afgesloten. De anus werkt als een ‘stop’. De ontlasting verlaat het lichaam door de anus. Het onderzoek wordt uitgevoerd met een kijkinstrument, de proctoscoop. Op deze manier kan uw behandelend arts de binnenkant van uw anus onderzoeken.

Met een skeletscintigrafie worden de botten in uw lichaam onderzocht. Het onderzoek wordt uitgevoerd met behulp van licht radioactieve stoffen. Als deze stoffen zijn ingewerkt worden foto’s gemaakt van uw gehele lichaam met behulp van een gammacamera. Dit is een vierkante camera die de verdeling van de ingespoten stoffen in uw lichaam registreert. De camera zendt geen straling uit.

Doel van het vaatonderzoek EAI is de bloedstroom in de (slag)aders te onderzoeken. Het onderzoek wordt uitgevoerd bij mensen die tijdens het lopen pijn in hun benen krijgen (= claudicatio intermittens oftewel ‘etalagebenen’). Bij een vaatonderzoek worden de (slag)aders in uw armen en benen onderzocht. Met behulp van geluidsgolven wordt door een vaatlaborant geluisterd naar de bloedstroom. Vervolgens wordt uw bloeddruk in beide benen en armen gemeten. Afhankelijk van uw klachten doet u ook een looptest op een lopende band.

Behandelingen

U wordt behandeld voor aambeien. Bij een aambeienbehandeling met barron band plaatst de arts één of meer elastiekjes om de aambeien beplaatst. Dit noemen wij barron-ligitatie. Deze elastiekjes klemmen de aambieen af, waardoor die na enkele dagen afsterven. De aambeien sterven na 5 tot 10 dagen af. Ze verlaten uw lichaam met de ontlasting, samen met de elastiekjes. Het wondje geneest met een klein litteken. Dit duurt ongeveer 3 tot 4 weken. Soms is één behandeling niet voldoende om alle aambeien te behandelen en moet de behandeling na verloop van tijd herhaald worden.

Anale skintags, ook wel fliebers of uitgedoofde aambeien genoemd kunnen hygiënische klachten, zoals het moeilijk schoonhouden van de anus, of mechanische klachten geven, zoals in de weg zitten bij bijvoorbeeld fietsen. Daarom wordt soms geadviseerd om deze te verwijderen. De diagnose wordt door de arts op de poli of proctopoli gesteld. Het verwijderen van deze skintags gebeurt vrijwel altijd op de operatiekamer onder een vorm van narcose. Dit omdat het anale gebied heel erg gevoelig is en lokale verdoving te veel pijn geeft of te weinig werkt.

Tijdens de operatie snijdt de chirurg de skintag(s) weg en hecht het defect met oplosbare hechtingen. Meestal brengen we ook nog wat (witte) pijnstillende zalf aan en een gaas.

Vanuit medisch oogpunt is het lang niet altijd noodzakelijk spataderen te behandelen. Afhankelijk van de ernst van de aandoening en de eventuele bevindingen bij het onderzoek, zijn verschillende behandelingen mogelijk. De meeste behandelingen vinden plaats op de Behandel-polikliniek. Voor de start van een behandeling is het belangrijk, dat de huid niet te zongebruind is.

Voor grote en middelgrote spataderen
Met behulp van een echo wordt de spatader in beeld gebracht. De spatader wordt ingespoten met een schuim en vervolgens ingepakt met een elastische kous of uitwendig drukverband. Hierdoor komt een reactie in de ader op gang die ervoor zorgt, dat de ader dicht plakt. Na verloop van tijd verandert de spatader in een litteken en is nauwelijks meer te zien. Het lijkt dus of hij is weggespoten. Het inspuiten van het schuim gebeurt met een heel dun naaldje. Er zijn meerdere prikjes noodzakelijk.

De behandeling duurt zo’n 15 minuten. Na de ingreep dient u een steunkous te dragen. De duur is afhankelijk van de grootte van het behandelde vat.

Voor kleine spataderen
Bij deze methode wordt geen gebruik gemaakt van een echo. De zichtbare vaatjes worden ingespoten met een vloeistof of schuim en vervolgens ingepakt met een elastische kous of uitwendig drukverband. Het effect is hetzelfde als bij de echogeleide sclerocompressie therapie.

De behandeling duurt zo’n 15 minuten. Na de ingreep dient u een steunkous te dragen. De duur is afhankelijk van de grootte van het behandelde vat. Het resultaat is pas compleet na 3 maanden, vaak zijn er meerdere behandelingen nodig om alles volledig cosmetisch weg te krijgen. U betaalt per behandeling (indien onverzekerde zorg).

Deze methode is geschikt voor de middelgrote, oppervlakkig gelegen spataderen. Bij deze behandeling wordt de spatader afgetekend en met meerdere prikjes verdoofd. Daarna wordt het bloedvat er via kleine sneetjes van 1 à 2 mm uitgehaald. Op de wondjes komen hechtpleisters. Deze procedure wordt over de lengte van de ader enkele malen herhaald. Bij deze behandeling ontstaan nauwelijks littekens en de adertjes worden echt verwijderd. Het verzoek aan mannelijke patiënten om de benen t.h.v. de varices/spatader te ontharen.

De behandeling duurt zo’n 30-45 minuten. Na de ingreep blijft u nog een half uur in het ziekenhuis. U dient 1 week een steunkous te dragen.

Wanneer een klep in de lies of de knieholte lek is, kan met een snee in de lies of knieholte de verbinding van de oppervlakkige spatader met de grote beenader worden opgeheven. Ook andere zijverbindingen met de oppervlakkige spatader worden dan opgeheven. Aansluitend wordt de oppervlakkige spatader op het been weggespoten (gescleroseerd).

Wanneer meerdere kleppen lek zijn in de oppervlakkige spatader, wordt deze meestal weggehaald. Met een snee in de lies of knieholte wordt de verbinding van de oppervlakkige spatader met de grote beenader opgeheven. Daarna wordt via een kleine snee onder de knie met een speciaal instrument, de stripper, de ader uit het been verwijderd. In het gebied waar de ader heeft gezeten ontstaat vaak een bloeduitstorting die binnen een aantal weken vanzelf wegtrekt. Bij uitgebreide spatadervorming kunnen bij dezelfde ingreep de overige zijadertjes, via kleine sneetjes onderhuids, worden verwijderd (flebectomie). Eventuele restanten kunnen later worden weggespoten. Het strippen van spataderen wordt uitsluitend door de chirurg uitgevoerd.

Bij deze behandeling worden plaatselijke verbindingen tussen het oppervlakkige en diepe adersysteem in de omgeving van het open been opgeheven. Afhankelijk van de grootte van de operatieve behandeling, vindt de ingreep plaats in dagbehandeling of tijdens een kortdurende opname. De ingreep wordt verricht onder plaatselijke verdoving of algehele narcose op de operatiekamer. Dit wordt verder met u besproken tijdens gesprekken met uw behandelend arts, de anesthesioloog en medewerkers van de afdeling Intake (het zogenaamde ‘preoperatieve screeningstraject’). Deze behandeling wordt uitsluitend door de chirurg uitgevoerd.

Bij een circumcisie of besnijdenis wordt de voorhuid van de penis verwijderd.

Deze ingreep wordt toegepast

  • bij ernstige vernauwing van de voorhuid van de penis. Het gevolg hiervan kan zijn dat moeilijkheden optreden bij het plassen, pijn tijdens een erectie en geslachtsgemeenschap of een ontsteking van de voorhuid en/of eikel
  • bij verdenking van een kwaadaardig gezwel (ook wel maligniteit genoemd)
  • om godsdienstige redenen, waarbij bepaalde geloofsovertuigingen besnijdenis van de jongens voorschrijven
  • om hygiënische redenen

Tijdens de ingreep wordt de voorhuid geheel of gedeeltelijk verwijderd. Wanneer bij vernauwing ook ontstekingen optreden, wordt in de meeste gevallen de gehele voorhuid verwijderd. De eikel is en blijft dan na de ingreep onbedekt. De huid van de eikel kan enkele weken gevoelig zijn. Daarna vermindert de overgevoeligheid en is niet meer hinderlijk. Vaak zijn verklevingen aanwezig tussen de voorhuid en de eikel. Deze worden tijdens de ingreep losgemaakt. Hierdoor is de eikel de eerste dagen na de ingreep vaak rood, gezwollen en geïrriteerd. U hoeft zich hierover niet ongerust te maken. Na ruim een week ontstaat geleidelijk een nieuwe huidlaag.

De hechtingen lossen vanzelf op. Soms wordt ook een drukverband aangelegd. De ingreep duurt ongeveer 30 minuten.

De behandeling van een buikwandbreuk wordt meestal uitgevoerd in dagbehandeling. In sommige gevallen wordt u één nacht opgenomen. De chirurg maakt een snee ter hoogte van de breuk. De uitstulping van het buikvlies wordt opgeheven en de zwakke plek of opening in de buikwand wordt hersteld. Daarbij wordt de buikwand verstevigd door weefsel van de buikwand met stevige hechtingen bij elkaar te brengen. Soms is het nodig een kunststof gaasje ter versteviging in te hechten. De duur van de ingreep varieert van 45 minuten tot anderhalf uur, afhankelijk van de plaats en de aard van de breuk. De huid wordt afhankelijk van de grootte, en het type van de breuk, gesloten met wel of niet oplosbare hechtingen.

Als u vocht (oedeem) in uw benen vasthoudt en/of wonden aan uw benen heeft, kan compressietherapie zinvol zijn. Ook bij een trombosebeen is compressietherapie een deel van de behandeling. Compressietherapie betekent dat u een zwachtel of elastische kous krijgt. Deze geven druk (compressie) op het been, zodat het bloed makkelijker terugstroomt richting het hart. Vaak wordt compressietherapie gestart met zwachtels. Zodra het vocht uit de benen is, kan een elastische kous aangemeten worden. De behandeling met zwachtelen kan enkele weken duren. Afhankelijk van de
ernst wordt u 1 á 2x per week opnieuw gezwachteld.

Wanneer u chemotherapie krijgt voor de behandeling van kanker, kan dit vaak leiden tot volledige haaruitval doordat de haarvormende cellen door de chemotherapie worden beschadigd. Hoewel
deze haaruitval tijdelijk is, is dit voor de meeste patiënten belastend. De verandering van het uiterlijk door haaruitval is ingrijpend en kan een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven. Door het toepassen van hoofdhuidkoeling tijdens de chemotherapie kan haaruitval worden verminderd of voorkomen, wat een positieve invloed kan hebben op de kwaliteit van leven. Gemiddeld heeft 50% van de patiënten, die zonder hoofdhuidkoeling ernstig haarverlies of kaalheid zouden ontwikkelen, een resultaat waar zij tevreden mee zijn. Of de hoofdhuidkoeling bij u succesvol is, is vooraf niet te voorspellen. Dit is onder andere afhankelijk van de soort chemotherapie die u krijgt. Van verschillende chemobehandelingen zijn succespercentages bekend. Uw verpleegkundige kan u hier meer over vertellen.

Wanneer u last heeft van een ingegroeide nagel is er een versmalling van de nagel nodig. Zo’n versmalling kan gebeuren door de nagelrand weg te knippen. Een deel van de nagelwortel wordt weggesneden of er wordt gebruik gemaakt van een etsende vloeistof. Dit is afhankelijk van de situatie. Soms besluit de arts in samenspraak met de patiënt om de nagel geheel of gedeeltelijk te verwijderen. Tijdens de behandeling kan er besloten worden om een hechting te plaatsen. Na de behandeling krijgt u een hand- of voetverband, dat u 24 uur moet laten zitten. De volgende dag kunt u een pleister of een nieuw verbandje om de behandelde plek doen, afhankelijk van de pijn.De ingrepen aan de nagel worden poliklinisch uitgevoerd onder plaatselijke verdoving.

Een liesbreuk is een uitstulping van het buikvlies in de liesstreek (= de overgang tussen buik en benen). De uitstulping ontstaat doordat er een zwakke plek of een opening in de buikwand zit. Het buikvlies en een deel van de buikinhoud kan hierdoor naar buiten komen. Dit veroorzaakt een zwelling in de lies.Liesbreuken kunnen aangeboren of ‘verworven’ zijn. In het eerste geval bestaat er sinds de geboorte al een zwakke plek in de lies die in de loop van het leven dusdanig verder kan verzwakken dat het tot een echte liesbreuk leidt. Een ‘verworven’ liesbreuk ontstaat doordat de buikwand uitrekt en soms zelfs scheurt. Dit kan komen door een toename in gewicht, veel en zwaar tillen, te hard persen of veel hoesten.

Bij de ingreep wordt een kunststof matje geplaatst ter afsluiting van de breukopening in de buikwand en ter versteviging van de buikwand. De operatie duurt ongeveer 45 tot 60 minuten.

Bij de klassieke methode wordt via een snee in de lieshuid van ongeveer 10-12 cm aan de voorkant een kunststof matje geplaatst. Het matje komt, onder de huid en de onderhuidse vetweefsels, op de buikwand te liggen.

Bij de kijkbuismethode wordt het matje via 3 kleine sneetjes (één van ca. 2-3 cm pal onder de navel en twee van ca. 1 cm in de middellijn onder de navel) tussen het buikvlies en de buikspieren geplaatst, aan de binnenzijde van de buikwand.

Voordelen van de kijkbuismethode zijn

  • (veel) minder pijn na de operatie
  • sneller herstel (gemiddeld 2x zo snel als na een klassieke operatie)
  • slechts 3 kleine littekentjes
  • minder kans op chronische pijnklachten in de lies.

Een operatie via de kijkbuismethode is lastig, vereist veel ervaring en mag conform de richtlijnen alleen worden uitgevoerd bij voldoende expertise. In Spijkenisse Medisch Centrum is deze ruim aanwezig. Er zijn reeds meer dan 1000 liesbreukoperaties via de kijkbuismethode uitgevoerd, zo’n 150 tot 200 per jaar. Opereren via de kijkbuismethode is
echter niet altijd mogelijk. De operatie dient in de meeste gevallen via de klassieke methode te worden uitgevoerd
indien

  • sprake is van een zeer grote breuk
    (die bijvoorbeeld helemaal tot in de
    balzak reikt)
  • u eerder aan uw onderbuik
    geopereerd bent via een ‘gewone’
    operatie (dus met een snee)

De meest voorkomende aandoening van de galblaas is de vorming van galstenen. Galstenen geven echter niet altijd aanleiding tot klachten. Alleen bij klachten wordt een verwijdering van de galblaas (cholecystectomie) aangeraden. Ook wanneer de galblaas ontstoken raakt, kan een operatie nodig zijn. Er zijn twee manieren om de galblaas te verwijderen.

Bij de operatie wordt gebruik gemaakt van een videocamera en speciale instrumenten om de galblaas te verwijderen zonder een grote snee in de buik te maken. In plaats daarvan worden enkele kleine sneetjes gemaakt. Een laparoscoop is een lange rechte buis waarop een kleine videocamera is gemonteerd en een lichtbron. Voordat de laparoscoop in de buikholte wordt gebracht, wordt de buikholte opgevuld met kooldioxyde, een onschuldig gas. Dit is nodig om een goed overzicht in de buikholte te krijgen. Dit gas kan het middenrif een beetje prikkelen. Via een zenuwbaan, die in de richting van de schouder loopt, kan dit ertoe leiden dat u na de operatie enkele dagen een gevoelige schouder heeft. Dit verdwijnt vanzelf en u hoeft zich hierover geen zorgen te maken. Via een snee van circa 2 cm bij de navel wordt de laparoscoop in de buikholte gebracht. Met de laparoscoop kan uw behandelend arts in uw buik kijken via een videomonitor. Nu worden de andere sneden in de buikwand gemaakt. Ieder van deze sneden wordt gebruikt om een speciaal instrument in de buikholte te brengen om de galblaas te pakken, te bewegen en te verwijderen. Na het verwijderen van de galblaas wordt soms een wonddrain achter gelaten.

Het kan voorkomen dat uw behandelend arts tijdens de operatie vaststelt dat het niet op een veilige manier mogelijk is de galblaas laparoscopisch te verwijderen, bijvoorbeeld omdat de galblaas ernstig ontstoken is of omdat teveel littekenverklevingen in de omgeving van de galblaas aanwezig zijn. Dan is het alsnog nodig om op de conventionele manier de galblaas te verwijderen. Soms kan het zelfs op dat moment veiliger zijn helemaal af te zien van verder opereren en het te laten bij alleen een kijkoperatie. Omdat de arts de galblaas niet kan zien voordat de laparoscoop is ingebracht, zijn sommige situaties niet te voorspellen en kunnen alleen maar worden ontdekt als de operatie al is begonnen. Daarom moet u altijd rekening houden met de kans dat er een conventionele cholecystectomie moet worden uitgevoerd, terwijl een laparoscopische operatie was voorgesteld.

Bij deze operatie maakt de arts een snee midden in de bovenbuik of aan de rechterkant onder de ribbenboog om de galblaas te verwijderen. Deze snee kan wel tien tot vijftien cm lang zijn.

Speciale spreekuren

Heeft u een knobbeltje in de borst, een afwijking op de foto van het bevolkingsonderzoek of een ander borstprobleem? Dan kunt u na verwijzing van uw huisarts voor alle nodige zorg op de mammapolikliniek terecht. Deze is open op maandag, woensdag en vrijdag.

Samenwerken aan passend behandelplan bij borstkanker
Samenwerken aan het verbeteren van de borstkankerzorg in de spreekkamer, binnen het eigen ziekenhuis en binnen het samenwerkingsverband als geheel. Bekijk dan de  vlog ‘Samenwerken aan passend behandelplan bij borstkanker’.

 

In Spijkenisse Medisch Centrum behandelen we elke vorm van hand- en polsproblematiek. U kunt bij ons terecht voor de behandeling van zowel eenvoudige als meer complexe aandoeningen. U kunt hiervoor terecht op vrijdagen bij dr. N. Schep.

Vaatchirurgie is een tak binnen de geneeskunde welke zich richt op aandoeningen betreffende bloedvaten, zoals spataderen – zie flebologie – , vernauwing van de halsslagader (carotis), verwijding van de grote buikslagader (aneurysma aorta abdominalis, oftewel AAA) en vernauwingen in de beenslagader. Daarnaast behandelen de vaatchirurgen ook diabetische voetklachten, veneuze malformaties (aangeboren afwijkingen aan de aderen) en leggen ze shunts aan bij dialyse-patiënten. Al onze vaatchirurgen zijn ook werkzaam in het Maasstad ziekenhuis. Indien nodig zal de vaatchirurg u voor een operatieve ingreep verwijzen naar het Maasstad ziekenhuis waar hij zelf de behandeling zal voortzetten. U kunt hiervoor terecht op de volgende dagen: maandag, dinsdag en woensdag.

Traumachirurgie wordt ook wel ongevalschirurgie genoemd. Traumapatiënten komen vaak via de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis terecht met botbreuken, letsels aan pezen, uitwendig letsel zoals snijwonden en inwendige letsels aan de organen. Ook kan er via de huisarts verwezen worden naar een traumachirurg wanneer er bijvoorbeeld aanhoudende klachten zijn na een (oud) letsel. kunt hiervoor terecht op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag.

Voor het behandelen van spataderen is er een nauwe samenwerking tussen de vaatchirurgen en de dermatologen binnen het Spijkenisse Medisch Centrum. In een gezamenlijk overleg zal uw casus besproken worden waarna besloten zal worden of de ingreep gedaan zal worden door de vaatchirurg of door een dermatoloog.