Oogheelkunde

Bij oogheelkunde worden patiënten met aandoeningen aan het oog onderzocht en behandeld. Het gaat dan om behandelingen aan het oog zelf, maar ook om aandoeningen aan de omliggende spieren en weefsels, zoals de traanbuisjes, oogspieren of de oogkas.

Aandoeningen

Een arteriële vaatafsluiting is een afsluiting van een slagader. Gebeurt dit in het oog dan krijgt een deel van het netvlies of het gehele netvlies tijdelijk geen zuurstof meer; het deel zonder zuurstof houdt op met functioneren (infarct).

Blefaritis is een ontsteking en vaak een infectie van de ooglidrand. Hierin bevinden zich talgkliertjes (de kliertjes van Meibom), en de haarzakjes met de wimperharen. Blefaritis gaat vaak gepaard met jeuk, irritatie en soms een rood oog en schilfers aan de wimperharen (vooral in de ochtend). Blefaritis komt op alle leeftijden voor, bij heel jonge kinderen en bij heel oude mensen.

Voorin het oog, vlak achter de pupil, zit de heldere en doorzichtige ooglens. Naarmate we ouder worden, wordt deze lens minder helder. Dit troebel worden van de ooglens wordt ‘staar’ of ‘cataract’ genoemd. Iedereen die ouder wordt, krijgt daarmee te maken.

Dit is een zwelling van een talgklier (kliertje van Meiboom) in het ooglid. Per ooglid zijn er hier enkele tientallen van. Door het verstopt raken van de uitvoergang kan de talg niet meer naar buiten komen en hoopt zich op in het kliertje.

Ten gevolge van suikerziekte kunnen er beschadigingen optreden binnen in het oog, deze beschadigingen hebben niet altijd invloed op het zicht. Men noemt dit diabetische retinopathie. Wanneer deze schadelijke afwijkingen niet tijdig worden onderkend en behandeld kan blindheid of slechtziendheid het gevolg zijn. Wanneer de suikerspiegels in het bloed erg variëren kunt u ook tijdelijk slechter zien, dit gaat meestal weer over als de suiker spiegel het normale niveau bereikt.

Een ectropion is een naar buiten gedraaid onderooglid. Als u ouder wordt, verslapt het onderooglid in horizontale richting. Hierdoor kan het lager gaan hangen en naar buiten kantelen. Dit kan ook veroorzaakt worden door littekens of huidziekten. Een naar buiten gedraaid ooglid veroorzaakt irritatie van het oog, tranen, roodheid en gevoeligheid voor fel licht en wind.

Een entropion is een naar binnen gedraaid onderooglid. Ook deze afwijking is meestal het gevolg van veroudering. De wimpers en de huid van het ooglid wrijven hierdoor tegen het oog. Dit veroorzaakt een rood geïrriteerd oog, dat gevoelig is voor licht en wind. Wanneer het entropion niet wordt geopereerd, is er een risico dat het hoornvlies beschadigt door het schuren van de ooglidhaartjes.

Episcleritis (‘epi-scleritis’) is een ontsteking van de episclera. De episclera ligt aan de voorkant van het oog in het witte gedeelte. De klachten zijn meestal mild. Daar waar de ontsteking zit, is het oog rood en gezwollen. In sommige gevallen is op de zwelling een klein, gelig knobbeltje te zien (‘nodus’). Verder is het oog geïrriteerd, voelt het alsof er zand in zit en traant. Het gezichtsvermogen is vrijwel altijd in orde. Episcleritis kan voorkomen aan beide ogen. Soms tegelijk, soms afwisselend.

Glaucoom is een oogziekte waarbij de zenuwvezels van de oogzenuw langzaam aan verloren gaan. De oogzenuwvezels leiden het beeld dat door het oog wordt gevormd naar de hersenen, waar u zich bewust wordt van wat uw oog ziet. Door het verloren gaan van oogzenuwvezels ontstaan blinde vlekken (gezichtsvelddefecten) in het beeld. Als de ziekte niet of onvoldoende wordt behandeld zal de gezichtsvelduitval toenemen en kan in een later stadium ook het scherpe zien worden aangetast. Vroeger werd glaucoom ook wel „groene staar‟ genoemd. De term „groene staar‟ wordt echter niet meer gebruikt vanwege de verwarring met „grijze staar‟ (= vertroebeling van de lens).

Herpes Simplex is een virus dat infecties veroorzaakt in de gevoelszenuwen naar de huid of slijmvliezen. Er zijn twee belangrijke soorten van het Herpes Simplex Virus (HSV). Type 1 is de meest voorkomende soort. Dit type is bijvoorbeeld ook de oorzaak van een koortslip. Type 2 is zeldzamer en veroorzaakt bijvoorbeeld ook de ontsteking aan de geslachtsorganen (genitale herpes).

De oogzenuw brengt de beelden die we zien, gecodeerd als elektrische prikkels, van onze ogen naar de hersenen. De oogzenuw is als een elektriciteitskabel en bestaat uit ongeveer 1,2 miljoen afzonderlijke dunne draadjes (zenuwvezels). Elk van deze vezels brengt een deel van de informatie naar de hersenen. Als enkele of alle zenuwvezels aangetast zijn, zien we wazig. AION (Anterieure Ischemische Optico Neuropathie) betekent een infarct van de oogzenuw. Dit infarct ontstaat door een tijdelijke of blijvende afsluiting van de kleine bloedvaatjes die de oogzenuw van bloed voorzien. Bij een infarct van de oogzenuw komt er te weinig zuurstof in de zenuw en zenuwvezels. Hierdoor functioneren de zenuwvezels niet goed meer.

Keratoconus is een aandoening waarbij de vorm van het hoornvlies afwijkend is; in plaats van de normale, regelmatige koepelvorm is de koepel uitgezakt, soms zelfs kegelvormig. Dit komt door de afwijkende structuur van het hoornvliesweefsel, waardoor het zijn stevigheid en zijn dikte verliest. Meestal is deze aandoening dubbelzijdig, maar de ernst van de aandoening kan links en rechts verschillen.

Een amblyoop oog (= lui oog) is een oog waarbij de ontwikkeling van het vermogen om te zien is vertraagd. Een amblyopie ontstaat doordat het beeld dat in het oog binnenkomt wordt onderdrukt door de hersenen. Amblyopie komt gemiddeld bij 2,5% van de bevolking voor. Erfelijkheid kan daarbij een rol spelen.

Wat is Macula Degeneratie Macula Degeneratie (MD) of Leeftijdsgebonden Macula Degeneratie (LMD) is de meest voorkomende oorzaak van blijvende slechtziendheid. MD is een ingrijpende oogaandoening waardoor de gezichtsscherpte afneemt (= het zien van details). Zoals in een fototoestel de film de lichtgevoelige laag is, zo is het netvlies de lichtgevoelige laag van het oog. Het middelpunt van het netvlies wordt de macula of gele vlek genoemd. MD betekent letterlijk achteruitgang van de gele vlek. MD wordt daarom ook wel slijtage van het netvlies genoemd.

Bij een macula gat is een gaatje in het midden van het netvlies (macula, gele vlek) ontstaan. Een macula gat leidt tot vermindering van het gezichtsvermogen en beelden zullen vertekend worden waargenomen.

Een macula pucker is littekenweefsel of een vliesje dat over de gele vlek groeit. Doordat littekenweefsel enigszins samentrekt, gaat het onderliggende netvlies wat plooien (pucker betekent plooiing, vouw, rimpel). Hierdoor staan de lichtgevoelige cellen in de macula niet mooi geordend meer en kan men de beelden vertekend zien.

Myopie of bijziendheid is een brekingsfout (refractie) van het oog waarbij de persoon voorwerpen ver weg niet scherp kan zien, maar wel nabij gelegen voorwerpen. Vandaar ook de naam bijziendheid. Myopie is een refractiefout in het optische systeem van het oog. Een te lang oog of een te sterkte ooglens leidt ertoe dat de afbeelding scherp wordt geprojecteerd vóór het netvlies in plaats van op het netvlies. Met behulp van een negatieve (min) lens kan dit verholpen worden.

Er is sprake van een pterygium (Grieks voor ‘vleugel’) als het bindvlies (dit is het wit wat het oog bedekt) in een driehoekige vorm in en over het hoornvlies (dit is het heldere deel van de voorkant van het oog) gaat groeien. Meestal groeit een pterygium vanuit de neuszijde van de oogbol over het hoornvlies. Hoewel er sprake is van groeiend weefsel en er bij de behandeling soms bestraling plaatsvindt, is dit géén kwaadaardige aandoening.

Een pinguecula (Latijn voor ‘vetbolletje’) is een witgele zwelling in het bindvlies van het oog aan de neuszijde (vaker dan aan de slaapzijde) van de oogbol. Het is eigenlijk geen opeenhoping van vet maar van eiwit(fragmenten). Het komt bij een groot deel van de bevolking voor, vaak naarmate men ouder wordt, en meer bij personen die veel buiten zijn (geweest). Het is een goedaardige verandering van het bindvlies. Er vindt geen ingroei in het hoornvlies plaats zoals bij een pinguecula.

Om RCS te begrijpen is het nodig te weten hoe het netvlies is opgebouwd. Het netvlies is een dunne laag weefsel die de binnenkant van het oog bekleedt; het is de ‘gevoelige laag’ van het oog. Het vangt licht op en zendt signalen naar de hersenen. Het netvlies is goed te vergelijken met een filmpje of een lichtgevoelige chip in een fototoestel. Het netvlies bestaat uit verschillende lagen; de diepste laag bestaat uit pigmentcellen (pigmentepitheel). Nog dieper, maar niet meer tot het netvlies behorend, ligt het vaatvlies: een bloedrijke structuur.

Eén van de functies van het pigmentepitheel is het voorkómen van lekken van vocht uit het vaatvlies naar het netvlies. Bij RCS is het pigmentepitheel verzwakt. Vocht kan door de zwakste plek (de ‘lekplek’) heen sijpelen en tilt het bovenliggende gedeelte van het netvlies op. Er vormt zich een vochtblaas. De oorzaak van de verzwakking van het pigmentepitheel is onbekend, maar RCS komt vaker voor bij patiënten die corticosteroïden gebruiken; ook stress is een risicofactor.

Uveitis is een ontsteking van het vaatvlies in het oog. Uveitis wordt gebruikt als een verzamelnaam voor inwendige oogontstekingen. Patiënten ervaren vaak een vermindering van het gezichtsvermogen van één of beide ogen. Ze zien wazig, hebben last van zwarte vlekjes of slierten in het beeld. Een aantal patiënten kan het licht niet goed verdragen. Uveitis kan heel plotseling beginnen met een pijnlijk, rood oog of met geleidelijk waziger zien. Het kan in één oog voorkomen of afwisselend in één van beide ogen, of in beide ogen tegelijkertijd. Sommige kinderen met jeugdreuma hebben uveitis zonder verschijnselen.

Een veneuze afsluiting is een afsluiting van een ader, ook wel trombose genoemd. Hierbij kan het bloed niet meer afgevoerd worden, de vaten gaan lekken waardoor er bloed/vocht en eiwit in het netvlies vrijkomt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een venetak-trombose waarbij slechts een deel van het netvlies is betrokken, en een trombose van de centrale ader (vena centralis trombose) waarbij het hele netvlies is aangedaan.

Er zijn zes spieren nodig om uw oog in alle richtingen te bewegen. Iedere oogspier heeft zijn eigen functie. De oogspieren worden aangestuurd door drie verschillende hersenzenuwen. Als één van deze hersenzenuwen minder of geen informatie doorgeeft aan uw oogspier(en), heeft dit gevolgen voor de beweeglijkheid van uw oog en voor uw oogstand. Hierdoor kan er dubbelzien ontstaan.

De ziekte van Graves is een autoimmuun ziekte. Dit betekent dat er een afweerreactie optreedt tegen eigen weefsels, zoals tegen vet, spieren en de traanklier in de oogkas. De ziekte komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en begint meestal na het twintigste levensjaar. Erfelijkheid kan een rol spelen in het krijgen van de ziekte. Daarnaast heeft roken een negatief effect op het verloop van de ziekte.

De oogverschijnselen, ook wel Graves Ophthalmopathie (G.O.) genoemd, kunnen zijn: wijd opengesperde ogen, pijnlijke, rode, tranende ogen, bolle ogen, zwelling van de oogleden, dubbelzien en slecht zien. De oogspieren en het vetweefsel daaromheen zwellen op. De inhoud van de oogkas wordt als het ware naar buiten geduwd. Als de oogleden stevig zijn, zal het uitpuilen minder erg zijn, maar dit heeft een groter risico op een toename van de druk in de oogkas. Door deze hoge druk kan de oogzenuw bekneld raken en dit kan in het ernstigste geval tot blindheid leiden.

Onderzoeken

Het doel van een fluorescentie-angiografie is het (definitief) stellen van de diagnose en/of het mogelijk maken van de behandeling. De fluorescentie-angiografie wordt voornamelijk gebruikt om mogelijke afwijkingen aan het netvlies, de macula en/of de bloedvaten in het oog in beeld te brengen. Tijdens het onderzoek worden de bloedvaten van het netvlies (retina) en het erachter liggende vaatvlies (chorioidea) in het oog met een contrastvloeistof (= natriumfluoresceïne) beter zichtbaar gemaakt.

Bij verschillende aandoeningen kan het zien op bepaalde plaatsen in het gezichtsveld verminderd zijn. Veelal wordt dit pas vrij laat opgemerkt, terwijl vroegtijdige opsporing in het algemeen van groot belang is. Deze opsporing is mogelijk door het gezichtsveldonderzoek. De assistente die het onderzoek uitvoert zal u vragen om naar een vast punt in een verlichte achtergrond te kijken. Op verschillende plaatsen in het gezichtsveld worden lichtflitsjes van verschillende sterktes getoond. Met een drukknopje geeft u aan of u het flitsje heeft gezien.

Met een OCT-apparaat worden beelden gemaakt van de structuren van het oog. Het gaat hierbij meestal om dwarsdoorsneden van (een gedeelte van) het netvlies (retina). Op deze manier kunnen afwijkingen aan het netvlies nauwkeurig in beeld worden gebracht. Het onderzoek wordt verricht door een TOA (Technisch Oogheelkundig Assistent), optometrist of orthoptist die gespecialiseerd is in dit onderzoek. Het beeld wordt beoordeeld door de oogarts.

Behandelingen

Myopie of bijziendheid is een brekingsfout (refractie) van het oog waarbij de persoon voorwerpen ver weg niet scherp kan zien, maar wel nabij gelegen voorwerpen. Uit veel wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat atropine de meest effectieve druppel is om de toenemende myopie te remmen.

Het komt regelmatig voor dat mensen, bij het zien, last krijgen van ‘zware’ bovenoogleden. Dit kan zich uiten door belemmering bij het zien (zogenaamde blikveldbeperking), een moe en zwaar gevoel in de ogen en problemen bij televisie kijken of de krant lezen. Meestal worden de klachten in de loop van de dag erger. Vaak is er ook de klacht dat men er zo ‘oud’ of ‘zo moe’ uitziet. Een bovenooglidcorrectie kan deze klachten verhelpen.

Een laser is eigenlijk niets anders dan een apparaat dat een lichtbundel kan maken van licht met dezelfde golflengte. In de geneeskunde worden veel soorten lasers gebruikt. Voor laserbehandelingen van het netvlies wordt gekozen voor een laser die als effect heeft dat er een littekentje (coagulaat) ontstaat. De oogarts probeert met behulp van de laserbehandeling te voorkomen dat de problemen in het netvlies groter worden.

Uw oogdruk dient (blijvend) te worden verlaagd en/of plotselinge drukstijgingen moeten worden voorkomen. Indien oogdrukverlagende oogdruppels en/of tabletten daar onvoldoende in slagen, kan een laserbehandeling uitkomst bieden. De behandeling heeft tot doel om de oogdruk laag te houden en daarmee het gezichtsveld en de gezichtsscherpte te behouden. De behandeling kan het gezichtsveld en de gezichtsscherpte niet verbeteren. De laserbehandeling wordt meestal aan beide ogen tegelijk verricht omdat bij de meeste mensen de bouw van beide ogen gelijk is.

Speciale spreekuren

Wanneer uw zicht zo slecht is dat het niet meer mogelijk is om met een bril of contactlenzen op optimale sterkte de dagelijkse dingen te doen (zoals lezen, schrijven of TV kijken), dan wordt u door uw oogarts doorverwezen naar het Low Vision & Revalidatie spreekuur, dat plaatsvindt op de polikliniek Oogheelkunde van het Spijkenisse Medisch Centrum. Het spreekuur bestaat uit twee delen: een Low Vision onderzoek (door Ergra Low Vision) en een gesprek met een revalidatiespecialist van Koninklijke Visio of Bartiméus.

P.L. Verhees

Oogarts

F. Marhoon

Optometrist

Z. Marhoon

Optometrist