Plastische chirurgie

In ons ziekenhuis houden de plastisch chirurgen zich bezig met algemene en reconstructieve plastische chirurgie. Daaronder vallen borstreconstructies na borstkanker, dermatologische chirurgie zoals het verwijderen van huidafwijkingen, gezwellen en (verdachte) moedervlekken. Daarnaast maken ze deel uit van het zogenaamde hand/polsteam waarin een orthopeed, chirurg en plastisch chirurg samenwerken bij ingrepen aan hand en pols. Hieronder vallen behandelingen aan triggerfingers, carpaal tunnelsyndroom en peesklachten.

U kunt op de polikliniek plastische chirurgie terecht met een verwijzing van de huisarts of een andere specialist. Niet alle ingrepen worden vergoed door de zorgverzekeraars. Het is dan ook belangrijk dat u vooraf met uw zorgverzekeraar overlegt of u voor vergoeding in aanmerking komt.

Aandoeningen

Afstaande oren komen veel voor. Ze zijn het gevolg van een aangeboren misvorming van het kraakbeenskelet van de oorschelp. Afstaande oren kunnen worden gecorrigeerd met behulp van plastische chirurgie. Met een medische term noemt men dit otoplastiek (oto betekent oor en plastiek komt van plastische chirurgie). Otoplastiek kan worden uitgevoerd vanaf de leeftijd van ongeveer vijf/zes jaar.

Het carpale tunnelsyndroom is een beknelling van de middelste zenuw in de pols (de nervus medianus). Deze zenuw loopt via de onderarm naar de handpalm door een soort tunnel, die wordt gevormd door de handwortelbeentjes en een stevig peesblad aan de handpalmzijde van de pols. Door die tunnel lopen ook de buigpezen van de vingers en de hand. De beknelling van de zenuw kan optreden wanneer door zwelling van de weefsels in of rond de tunnel de ruimte in de tunnel afneemt.

Het duimbasisgewricht wordt gevormd door het eerste middenhandsbeen (os metacarpale 1) en een handwortelbot (os trapezium), te samen wordt dit het CMC1 gewricht genoemd. Het STT-gewricht ligt tussen 3 handwortelbeentjes (genaamd scaphöid, trapezium en trapezoideum) onder aan de duim. Door de aanwezigheid van een laag kraakbeen kunnen deze botten soepel en pijnloos langs elkaar bewegen. Het duimbasisgewricht heeft een typische zadelvorm hetgeen zorgt voor een grote bewegingsvrijheid van de duim. De banden rondom het gewricht zijn niet altijd even sterk. Hierdoor kan extra beweging in het gewricht bestaan. Er ontstaat dan slijtage aan het duimbasis en/of polsgewricht (ook wel CMC1 en/of STT artrose genoemd). De kraakbeen laag, die zorgt voor de soepele beweging tussen de botten, is verminderd.

Een ganglion is een goedaardige, omkapselde holte die gevuld is met geleiachtig vocht. Het ganglion ontstaat vanuit een gewricht of vanuit een pees. Het komt vooral voor aan de pols, maar ook elders in het lichaam kan het voorkomen. Er is zelden een duidelijke oorzaak voor het ontstaan ervan. Een ganglion komt vaak voor in de pols of in de vinger.

Gynaecomastie, borstvorming bij de man, wordt veroorzaakt door een overschot aan vet-of klierweefsel in de borststreek. Bij baby’s en in de puberteit kan deze borstvorming bij de man voorkomen. De borstklier kan vanaf middelbare leeftijd weer gaan opzwellen. Wanneer de borsten niet hun normale omvang terugkrijgen is een chirurgische borstcorrectie mogelijk.

Huidkwaadaardigheid is in de meeste gevallen het gevolg van te veel blootstelling aan UV-straling. UV-straling komt van nature voor in zonlicht, maar kan ook kunstmatig worden opgewekt door zonneapparatuur (zonnebanken). Door te vaak en te lang aan UV-straling blootgesteld te zijn, kunnen huidcellen beschadigen. Op lange termijn kan huidkanker het gevolg zijn.

Bij het lacertus syndroom zit een van de grote armzenuwen (de nervus medianus) bekneld. De zenuw zit meestal vast net voorbij de binnenzijde van het ellebooggewricht en ontstaat door zwelling van het omliggende weefsel. Hierdoor drukt een stevig bindweefselblad van de bicepsspier op de zenuw. Dit bindweefselblad wordt ook wel lacertus fibrosus genoemd. Zwelling kan ontstaan door verschillende redenen, zoals overbelasting. Soms kan suikerziekte de zwelling veroorzaken maar vaak is de reden van de zwelling onbekend. Het lacertus syndroom kan samengaan met het carpaal tunnelsyndroom. Dan vindt de zenuwbeknelling van de nervus medianus plaats ter hoogte van de pols. Als iemand na het losmaken van de carpale tunnel nog steeds symptomen heeft, moet de hand worden onderzocht op het lacertus syndroom.

U kunt met uw duim allerlei bewegingen maken. Deze bewegingen zijn onder andere mogelijk door de aanwezigheid van verschillende pezen in de duim. Een pees is de verbinding tussen spier en bot. Wanneer een spier wordt aangespannen, trekt de pees aan het bot, waardoor een lichaamsdeel beweegt. In de duim lopen drie pezen welke zorgen voor het strekken en het naar buiten bewegen van de duim. Twee van deze pezen lopen door een nauwe tunnel (peesschede) aan de duimzijde van de pols. De peesschede van twee pezen naar de duim is ontstoken, hetgeen erg pijnlijk kan zijn (omcirkelde gebied in bovenstaande tekening). Bij een operatie wordt de peesschede gekliefd zodat de pezen weer tot rust kunnen komen.

De triggerfinger (haperende vinger of tendovaginitis stenosans) is een aandoening waarbij de buigpezen van één (of meerdere) vinger(s) of van de huls rondom de buigpezen zijn ontstoken (de peesschedetunnel) en daardoor gezwollen. De pees kan niet vrij door de peesschede (pulley) bewegen en loopt vast op het begin van de tunnel (cirkel onderstaande afbeelding). Het buigen of strekken van de vinger kan dan moeizaam gaan en gaat soms gepaard met een knappend gevoel (“triggering”). Bij ernstige gevallen blijft de vinger gebogen staan. Deze kan alleen maar recht worden gemaakt met hulp van de andere hand.

In de arm lopen drie belangrijke zenuwen. Eén van deze zenuwen is de nervus ulnaris of ‘schoolbankjeszenuw’. U kunt deze zenuw zelf voelen in het ‘tinteldoosje’ ter plaatse van de elleboog. Deze zenuw zorgt voor het gevoel in de pinkmuis, de ringvinger en pink. Ook worden enkele spieren in de hand door de nervus ulnaris aangestuurd. Verloopt deze aansturing niet goed, dan merkt u dit vooral aan het minder krachtig kunnen spreiden en sluiten van de vingers en aan een doof of tintelend gevoel in de ringvinger en pink. Omdat de zenuw ter plaatse van de elleboog in een nauwe ruimte loopt en bovendien erg oppervlakkig ligt, kan er gemakkelijk een beschadiging ontstaan. Is de nervus ulnaris bekneld, dan spreekt uw arts over een ulnaropathie.

Xanthelasmata zijn gele verkleuringen en bultjes, veroorzaakt door cholesterol dat zich ophoopt op één plaats in de huid. Ze ontstaan vaak eerst in het bovenooglid, symmetrisch en in de binnenooghoek. Ze kunnen langzaam groter worden. De grootte varieert van enkele millimeters tot bijna het gehele ooglid. Ze kunnen zacht of hard aanvoelen.

De ziekte van Dupuytren is een bindweefselaandoening waarbij in de handpalm knobbels ontstaan. Meestal groeien de knobbels uit tot strengen. De vingers, vaak de pink en ringvinger, kunnen hierdoor niet goed meer worden gestrekt en blijven daardoor vaak in een gebogen stand staan. In principe doen de knobbels geen pijn.

Behandelingen

Er zijn verschillende manieren om een borst te reconstrueren. Niet iedere methode is geschikt voor elke patiënt.

Een directe reconstructie houdt in dat door middel van een wat langere operatie u na een mastectomie (verwijdering van al het borstweefsel wegens kanker of een voorstadium daarvan) direct een reconstructie krijgt. Hierdoor hoeft u niet te ervaren hoe het zonder een borst is.

Bij deze methode wordt een prothese onder de grote borstspier geplaatst om een betere bedekking van het implantaat te verkrijgen. Deze methode kan direct na de huid sparende amputatie, tijdens dezelfde narcose, worden uitgevoerd. Het is dan niet nodig om een uitwendige prothese te dragen.

Als de huid na een amputatie te strak is om direct een prothese te plaatsen, wordt eerst een zogenoemde ballon of tissueexpander ingebracht. Deze zorgt ervoor dat de huid en borstspier opgerekt worden. Het vullen van de tissue expander verloopt in etappes. Hiervoor moet u vier tot acht weken vaak wekelijks naar de polikliniek. Het vullen gebeurt met een injectienaald waarmee door de huid de vulnippel wordt aangeprikt en gevuld wordt met fysiologische zoutwateroplossing tot het gewenste resultaat bereikt is. Daarna volgt de tweede fase waarin een blijvend borstimplantaat wordt geplaatst welke na chemo- en/of radiotherapie plaatsvindt. Dit is gewoonlijk binnen 6-12 maanden na de amputatie. Deze methode kan uitgevoerd worden direct na de amputatie maar ook korte of langere tijd daarna. Bij deze methode zijn in principe twee operaties vereist, namelijk allereerst om de expander in te brengen waarna de definitieve prothese geplaatst wordt.

Bij onvoldoende huid of spierweefsel na een amputatie of als de huid is bestraald, is het nodig allereerst voldoende gezond weefsel aan te brengen op de plaats van de verwijderde borst. Bij deze methode wordt eigen huid en spierweefsel van uw rug of buik gebruikt voor de reconstructie.

Door het verwijderen van de rughuid met de daaronder gelegen spier, ontstaat een litteken. Dit litteken valt meestal onder het bh-bandje. Een schuin litteken is soms onvermijdelijk. Vaak wordt tijdens de operatie direct een prothese ingebracht. Soms wordt eerst een expander geplaatst.

Bij deze methode wordt eigen huid en vetweefsel van de buik gebruikt voor de reconstructie. De buikspieren worden in principe niet meegenomen. Er ontstaat een litteken in de bikinilijn van de ene bekkenkam, via het schaambeen naar de andere bekkenkam en daarnaast komt er een litteken rond de navel. Het weefsel van de buik wordt losgekoppeld en de bloedvaten worden met de microscoop weer aangesloten. Deze operatie wordt niet elk ziekenhuis uitgevoerd. Desgewenst moet u hiervoor verwezen worden.

Borstvergroting is mogelijk door het inbrengen van een siliconen prothese. Het is een snelle methode met een redelijk duurzaam resultaat.

Veel vrouwen hebben een probleem met te zware en/of hangende borsten. Dit kan zowel fysieke als psychische klachten geven. Door het abnormale gewicht van de borsten kunnen rug-, schouder- en/of nekklachten ontstaan. De plastisch chirurg verwijdert een deel van het borstklierweefsel met huid en er wordt een nieuw kleiner model borst gevormd. Ook wordt de tepel naar boven verplaatst, omdat bij grote, zware borsten de tepels naar beneden wijzen. Bij een borstversteviging wordt er alleen huid verwijderd, en geen borstklierweefsel. Ook hierbij wordt de tepel naar boven verplaatst.

Het komt regelmatig voor dat mensen, bij het zien, last krijgen van ‘zware’ bovenoogleden. Dit kan zich uiten door belemmering bij het zien (zogenaamde blikveldbeperking), een moe en zwaar gevoel in de ogen en problemen bij televisie kijken of de krant lezen. Meestal worden de klachten in de loop van de dag erger. Vaak is er ook de klacht dat men er zo ‘oud’ of ‘zo moe’ uitziet. Bij een bovenooglidcorrectie neemt de arts huid- en spieroverschot weg, al dan niet gecombineerd met het verwijderen of verplaatsen van overtollig vetweefsel. Het grootste deel van het litteken komt te liggen in de natuurlijke plooi van het ooglid.

Bij een buikwandcorrectie neemt de plastisch chirurg overtollig vel weg bij de buik, om een plattere buik te creëren na bijvoorbeeld vermagering of zwangerschap.

Een dogear (hondenoor) correctie is een correctie van overtollig huid en vetweefsel in de flank(en). Vaak wordt deze operatie uitgevoerd na een borst- of buikoperatie. Deze ingreep wordt gezien als een kleine nacorrectie.

Een facelift is een operatie waarbij de plooien en rimpels van de gezichtshuid worden strakgetrokken, meestal samen met de dieper gelegen weefsellagen. Als er onder de kin overmatig vetweefsel aanwezig is of als de hals dikke huidplooien heeft, kan het noodzakelijk zijn deze ook te ‘liften’.

Een Kenacort injectie is een injectie waarin de stof triamcinolonacetonide aanwezig is. De injectie bestaat uit een steriele waterige suspensie die per milliliter 10 of 40 mg triamcinolonacetonide bevat. Bij diverse aandoeningen bij hand- en polsgewrichten of bij hypertrofische en keloïde littekens kan het zinvol zijn een injectie met Kenacort te geven.

De binnenste schaamlippen kunnen zodanig vergroot zijn dat hiervan hinder ondervonden kan worden. Wanneer de binnenste schaamlippen een aantal centimeters buiten de grote schaamlippen uitsteken, kan dat pijn of ongemak geven bij bezigheden zoals fietsen, paardrijden of tijdens het vrijen. Het afwijkende uiterlijk van de schaamlippen kan ook schaamte veroorzaken. Bij een schaamlipcorrectie gaat het om het corrigeren van de labia minora (binnenste schaamlippen).

Bij lipofilling wordt lichaamseigen vetweefsel verwijderd (liposuctie) en elders ingebracht om contouren ‘op te vullen’ of om rimpels weg te werken. Er wordt ‘eigen’ vetweefsel gebruikt omdat de kans kleiner is dat het vetweefsel wordt afgestoten. Liposuctie wordt vooral gedaan in de buik, heupen en bovenbenen. Lipofilling wordt vooral toegepast in het gelaat en de borsten.

Het wegzuigen (suctie) van abnormale vetophoping (lipo) heet liposuctie. Abnormale vetophopingen worden veroorzaakt door een verhoogd aantal vetcellen op plaatsen als de hals, buik, heupen, billen, bovenbenen, knieën en onderbenen en komt alleen voor bij mensen die hiervoor aanleg hebben. Enkel patiënten die plaatselijk een abnormale vetophoping hebben kunnen in aanmerking komen voor liposuctie. Door middel van het vet wegzuigen kan men de contouren van het lichaam verbeteren.

Het is niet juist om deze methode te zien als een mogelijkheid om te vermageren. In principe komt men in dergelijke gevallen in aanmerking voor een vermageringsdieet. Indien de huid is verslapt of gerimpeld of een zogenaamd cellulitis aspect heeft kan beter het plaatselijke vet met de huid worden verwijderd. Door het verwijderen van de overmaat van huid en vetweefsel wordt de omgevende huid strak getrokken. Het nadeel van deze operaties zijn de lange littekens welke resteren, het is niet te voorspellen hoe deze littekens zullen uitvallen. De operatie biedt (plaatselijk) verbetering, geen perfectie en geen algemene vermagering.

Bij een littekencorrectie wordt het oude litteken verwijderd door middel van incisies (insnijdingen) in de huid. De plastisch chirurg kan ervoor kiezen om gebruik te maken van een brandend pincet om bloedvaatjes dicht te schroeien. De huidranden worden vervolgens weer met zeer fijn hechtmateriaal aan elkaar gehecht. Tenslotte wordt het geheel afgeplakt met hechtpleisters.

Na gewichtsverlies kan een overschot van huid aan de binnen- en onderkant van de bovenarmen blijven bestaan. Overschot van huid aan de bovenarmen kan ook een gevolg van veroudering zijn doordat de huid steeds slapper en dunner wordt. Als u het huid-overschot storend vindt kunt u een armlift overwegen. Bij een armlift wordt de overtollige huid weggehaald. Dit resulteert in een litteken aan de binnenzijde van de bovenarm.

Veel mensen hebben last van wallen onder de ogen. Die wallen zijn het gevolg van het slapper worden van de huid en de spier rondom het oog en/of van vetophoping onder het oog. Soms ontstaat de zwelling door vochtophoping in het ooglid. Ooglidwallen kunnen gecorrigeerd worden met behulp van plastische chirurgie. Met een medische term noemt men deze operatie blepharoplastiek (blepharo betekent ooglid en plastiek komt van plastische chirurgie). Soms wordt een onderooglidcorrectie gecombineerd met een bovenooglidcorrectie.

Een tenolyse is een operatie waarbij de pees wordt vrij gemaakt van verklevingen zodat deze weer vrij kan bewegen. Als gevolg van verklevingen van de pees in de hand kunt u uw vinger niet meer goed buigen en/of strekken. Deze verklevingen kunnen zijn ontstaan doordat de pees en/of het omliggende weefsel beschadigd is geraakt door bijvoorbeeld een voorafgaand trauma. Tijdens het herstel hiervan ontstaan verklevingen waardoor de glijfunctie van de pees wordt belemmerd. Bij een langer bestaande stijve vinger moet, naast de pees, ook het gewricht worden losgemaakt (arthrolyse). Met de operatie hoopt het behandelteam een betere functie te creëren. Een garantie kunnen wij niet geven. Deze operatieve ingreep wordt een tenolyse genoemd

Bij een tepelreconstructie wordt door middel van eigen borstweefsel een tepel gemaakt. Dit wordt toegepast bij patiënten die een borstreconstructie hebben ondergaan als gevolge van borstkanker.

Een tepeltatoeage wordt toegepast bij vrouwen na het ondergaan van een borstreconstructie ten gevolge van borstkanker. De tepeltatoeage kan ongeveer 3 maanden na de borstreconstructie plaatsvinden. De tepeltatoeage is de laatste stap van de borst-reconstructie en heeft als doel de ‘uiterlijke’ kwaliteit van het leven te verbeteren.

Met het ouder worden kan de huid van het voorhoofd uitzakken waardoor de wenkbrauwen laag komen te zitten en u problemen krijgt met het zien. Vaak wordt ervaren dat men er oud of moe uitziet. Om deze lage positie van de wenkbrauwen te herstellen is correctie van de wenkbrauwen een oplossing, een zogenoemde wenkbrauwlift.

T.H.C. Damen

Plastisch chirurg

Aandachtsgebieden:

  • (Reconstructieve) borstchirurgie
  • Dermato-oncologie
  • Algemene plastische chirurgie